Achtergrond informatie over het ontstaan van het instrument

De Master Rubric die nu voor je ligt voor dramalessen in het voortgezet onderwijs is ontwikkeld door drie dramadocenten bij het lectoraat Kunst- en cultuureducatie van de AHK. Het startte met een onderzoek van Lok ‘Beoordeling van theaterlessen in het voortgezet onderwijs’ (2013).

Lok is het werkveld in gegaan en heeft interviews en enquêtes afgenomen. Het doel van haar onderzoek in het werkveld was het inventariseren van de wensen voor een goed beoordelingsinstrument voor dramalessen in het voortgezet onderwijs, om dit vervolgens zelf te ontwikkelen. Zaken die naar voren kwamen tijdens het werkveldonderzoek waren:

Theaterdocenten geven aan over te weinig handvatten te beschikken om een beoordelingsmethode te kunnen toepassen die tegemoet komt aan de eisen van het huidige onderwijs. Beoordelingsvormen zoals Rubrics zijn nog weinig bekend en er zijn weinig voorbeelden voorhanden van beoordelingsinstrumenten die zichzelf bewezen hebben.

Beoordelingsmethodes gegeven door het onderwijs doen vaak geen recht aan de authenticiteit van de individuele leerling en/of aan het kunstvak theater (Lok, 2013).

Het beoordelingsinstrument dat Lok aan de hand van het werkveldonderzoek heeft ontwikkeld, is ontstaan vanuit de volgende probleemstelling: 

Hoe kan een beoordelingsinstrument eruit zien voor de theaterlessen in het voortgezet onderwijs, dat dynamisch en aanpasbaar is per product op basis van de lessituatie en het instapniveau van de leerlingen?

Dit digitale beoordelingsinstrument is gebaseerd op een Master Rubric, bestaande uit zes hoofdcriteria (te weten basisvaardigheden, spelvaardigheden, maken, schrijven, reflecteren en theorie), onderverdeeld in zevenendertig subcriteria en ieder met vier niveauomschrijvingen. Het instrument werkt met het programma Google Docs waarbij beoordelingen en informatie gedeeld kunnen worden met leerlingen en docenten/ beoordelaars.

In tabel 1 is een voorbeeld te zien ter verduidelijking:Schermafbeelding 2016-01-17 om 21.30.00Tabel 1. Voorbeeld van één Rubric uit het beoordelingsmodel van Lok

 

De bouwstenen van het beoordelingsinstrument zijn:

  • In te zetten voor verschillende projecten, voorstellingen en lessenreeksen
  • Waarin een onderscheid kan worden gemaakt tussen repetitie/ lessenreeks en voorstelling
  • Waarin ruimte is voor beoordeling door derden
  • Kant en klaar is maar ook ruimte biedt voor eigen inbreng
  • Peer assessment zichtbaar maakt (zonder formele status)
  • Ruimte biedt om het instapniveau mee te nemen in de weging
  • Zorgt voor gedegen onderbouwing van de cijfers
  • Via de cloud is in te vullen, te delen en te mailen met leerlingen en collega’s
  • Plaats moet bieden aan een gevoelscijfer
  • Die als output de ontwikkeling laat zien over een langere periode
  • Output heeft bestaande uit uitgeschreven teksten
  • Output heeft bestaande uit cijfers
  • Makkelijk is in gebruik
  • Vooral ook buiten de lessen om te gebruiken is
  • Waarin ruimte is voor vakoverstijgende vaardigheden
  • Waarin verschillende rollen van een leerling transparant zijn gemaakt

(Lok, 2013)

Het onderzoek van Borius van der Meulen en Debbie Klarenbeek ‘Past drama in een hokje?’ (Klarenbeek, D. & Meulen, B. van der, 2014) is een toetsend onderzoek naar het beoordelingsinstrument voor dramalessen in het voortgezet onderwijs van Lok (2013).

Dit onderzoek heeft een antwoord willen vinden op de vraag:

In hoeverre is het beoordelingsinstrument voor dramalessen in het voortgezet onderwijs van Lok (2013) toepasbaar en inhoudsvalide volgens docent en leerling?

Deze vraag resulteerde in deelvragen waarbij er ingegaan is op: de toepasbaarheid van het beoordelingsmodel binnen een lessituatie/ een school, de inhoudsvaliditeit van de acht onderzochte criteria en van de niveauverschillen, en wat dit zegt over de overige Rubrics binnen het beoordelingsmodel. Het onderzoek richt zich specifiek op de inhoudsvaliditeit, waarbij er een splitsing is gemaakt in inhoud van het instrument (meet het instrument precies wat het wil meten), operationalisering (de manier waarop verschillende criteria worden gemeten) en de (digitale) toepasbaarheid.

Er zijn acht specifieke Rubrics uit het totale instrument onder de loep genomen. De overige negenentwintig Rubrics zijn globaal met de docenten besproken. Dit is gedaan door middel van interviews met docenten en leerlingen in het voortgezet onderwijs, middels semi gestructureerde interviews, waarbij docenten en leerlingen eerst drie lessen met het instrument hebben gewerkt om er een visie over te vormen.

De resultaten worden beschreven aan de hand van boven genoemde. Binnen het thema (digitale) toepasbaarheid wordt onder andere ingegaan op de inzetbaarheid binnen een lespraktijk. Bij inhoudsvaliditeit wordt onder andere ingegaan op volledigheid, normering, meetbaarheid, woordkeuze, niveauomschrijvingen, indeling en dekkendheid van de Rubrics. Omdat uit alle zeven interviews andere verbeterpunten voor het instrument naar voren kwamen is er per interview een verbeterde Rubric versie gemaakt.

De conclusies van dit onderzoek waren: Het instrument is een goede, uitvoerige en volledige basis, maar ten aanzien van zowel de toepasbaarheid in het voortgezet onderwijs als ten aanzien van de inhoudsvaliditeit zijn verbeteringen noodzakelijk. De meest opvallende aanpassingen zijn gericht op het consequent gebruik en specificeren van begrippen en kwantitatieve en kwalitatieve aanduidingen. De praktische toepasbaarheid wordt beperkt door de digitale omgeving van Google Docs. Het is voor de scholen van belang dat het instrument toepasbaar is binnen het eigen digitale leerplatform van de school. Hiernaast is de digitale veelzijdigheid van het instrument niet direct een extra voordeel, omdat mogelijkheden zoals het aanmaken van een beoordeling per leerling met een daarbij behorende chatfunctie eerder als een verzwaring van de werkdruk wordt gezien (Klarenbeek, D. & Meulen, B. van der, 2014).

Naar aanleiding van dit onderzoek zijn wij aan de slag gegaan met de aanbevelingen. De volgende onderzoeksvraag luidde dan ook:

In hoeverre kunnen de aanbevelingen die zijn voortgekomen uit het onderzoek ‘Past drama in een hokje?’ verwerkt worden in een nieuwe versie van het beoordelingsinstrument?

De deelvragen die hieruit komen zijn:

  • Kan het beoordelingsinstrument herschreven worden op inhoudsvaliditeit waarbij de aanbevelingen rondom inhoudsvaliditeit uit het vorige onderzoek als leidraad genomen worden?
  • Op welke wijze kan de toepasbaarheid van het beoordelingsinstrument worden vergroot waarbij de aanbevelingen rondom toepasbaarheid uit het vorige onderzoek als leidraad genomen worden?De Rubrics zijn herschreven door de aanbevelingen van het onderzoek ‘Past drama in een hokje?’ te verwerken. Daarnaast is er deze website ontstaan met de gebruiksaanwijzing voor het instrument zoals deze nu voor je ligt. Wat belangrijk voor ons is, is dat de vertaling gemaakt wordt van onderzoek naar de werkvloer. De dramadocent op de middelbare school moet handzaam materiaal in handen krijgen waar hij enthousiast van wordt en snel mee aan de slag kan, maar ook als naslagwerk kan gebruiken om de diepte in te kunnen gaan. Dit staat bij ons voorop. We willen zo onderwijs en onderzoek dichter naar elkaar laten komen.

Aanpasbaar

Geheel naar eigen inzicht, kennis en situatie aan te passen.
Klik hier om de Theater Rubrics gratis te downloaden

Digitaal en analoog

Zowel digitaal als analoog effectief en veelzijdig in te zetten.
Klik hier om de Theater Rubrics gratis te downloaden

Onderzocht en verbeterd

Onderzocht en getest met leerlingen docenten en vervolgens aangepast en verbeterd.
Klik hier om de Theater Rubrics gratis te downloaden

Valide en toegankelijk

Getest op validiteit en toegankelijkheid voor leerling en docent.
Klik hier om de Theater Rubrics gratis te downloaden

Exameneisen

Sluit aan op de exameneisen voor de uitvoerende activiteiten.
Klik hier om de Theater Rubrics gratis te downloaden
Download